Zwolle terug naar HOME. Basisbeweging  

           “De Werkplaats”

IN GESPREK MET… MAARTEN VAN DE WERF

Over zijn werk binnen Christian Peacemaker Teams


Kan je iets vertellen over je organisatie Christian Peacemaker Teams, waar die voor staat, hoe die ontstaan is?


Het is begonnen in 1984, er was een conferentie in Straatsburg. Ron Sider, een Amerikaanse theoloog is de inspirator. De beweging wordt vooral gesteund door pacifisten en doopsgezinden. Er werd een belangrijke vraag gesteld: Wat gebeurt er als je bij een oorlog niet duikt, maar je er mee bemoeit,  op een andere manier. Stel dat christenen hetzelfde deden aan inzet en toewijding zonder geweld als legers dat doen met geweld. Wat als christenen er tussen gaan staan. Zo is het begonnen. Nu is het een organisatie met 45 mensen in dienst en 185 getrainde medewerkers die buiten het budget vallen, dus niet betaald worden.

In oktober is er een vergadering in Chicago, dan vieren we het 25 jarig bestaan. Daar geef ik een workshop over hoe we in Europa het netwerk ontwikkelen en wat daarvoor nodig is.


Het gaat eigenlijk allemaal over omgaan met verschillen- hoe doe je dat met respect, hoe wil je niet de slimste zijn, altijd gelijk hebben.

In ’86 was de oprichtingsvergadering in Chicago-  ik was daarbij.

We zijn klein begonnen, nu zit de organisatie goed in de verf en begint ook goed vorm te krijgen in Europa. Kenmerken van de organisatie zijn consensus bij besluitvorming, leven naar een alternatief voor waar het hier in onze maatschappij verkeerd gaat. We kijken niet alleen naar oorlogsgebieden, maar ook naar wat er in eigen huis gebeurt. Oorlog elders heeft vaak ook samenhang met de keuzes die we hier maken. Een visie voor het nieuwe moet klaar liggen.  In de vredesbeweging ging het vaak om wat wij niet willen, niet om wat wij wel willen.  Ik durf voor de  vredesbeweging die het geloof als uitgangspunt heeft het woord ‘kerk’ in de mond te nemen. De kerk is een visionaire beweging, je kan je niet terugtrekken, we worden geconfronteerd met onrecht en kunnen ons niet afscheiden van de wereld. De kerk heeft iets tegendraads en tegelijk iets visionairs. Ik ervaar daar de heilige Geest, daar vind ik de spirit terug. Daar ontstaat een nieuwe gemeenschap van troost, visie en delen. Er zijn dingen mogelijk in het verbinden van mensen. Voorbeeld Egypte aan het begin van dit jaar: daar is al jaren door enkelen hard  gewerkt, en daar is een soort van vliegwielwerking ontstaan. Het begint met een paar mensen, het bouwt op, op een gegeven moment wordt de publieke opinie bereikt. Het is dan de kunst om het geweldloos te houden. Er is echter nog geen nieuwe visie. Dat is de grote uitdaging daar op dit moment. Vinden net zoveel mensen zich samen in een nieuwe visie als er mensen zich verenigen in het wegsturen van ‘het oude’.


Hoe ben je er toe gekomen?


Ik was 18/19 jaar. Zo na de provotijd, iedereen deed aan maatschappijanalyse, het moest democratischer en eerlijker. Het ging over antikolonialisme en anti- imperialisme. Ik heb mij toen aangesloten bij de Doopsgezinden die zich daarmee bezig hielden. Er waren weekends en trainingen over ontwikkelingssamenwerking.

Op een gegeven moment werd ik gebeld. Ik had elektrotechniek gestudeerd(met onderwijsaantekening) en moest in militaire dienst. Ik was gekeurd en zou voor mijn dienstplicht naar de officiersopleiding gaan. Op dat moment heb ik gezegd: ik ga beroep doen op de wet gewetensbezwaren. Ik hoor het mijzelf nog zeggen. De volgende dag werd ik opgeroepen voor het schietkamp in Oldebroek. Mijn bezwaren tegen de militaire dienst werden goed gekeurd. Als alternatieve dienst ben ik naar Botswana gegaan, samen met Margreet. Die had in Amerika al kennis gemaakt met de beweging van geweldloos verzet.

In Botswana was het onderwijs eigenlijk kenniskolonialisme. Door Paulo Freire te lezen(Pedagogie van de onderdrukten)  snapte ik wat er gebeurde. Moeten mensen zo leren leven als wij leven?

Na het vervullen van de alternatieve dienst  zijn we een jaar terug geweest, in Nederland. We wisten niet wat we zouden doen. Toen hebben we besloten om terug te gaan. Eerst een maand een opleiding in Parijs gedaan, een instituut a la Freire. Het was een internationale club, bestond uit mensen die allemaal bezig waren met sociale verandering. Het heeft mijn leven enorm veel richting gegeven. We hebben gewerkt met ‘bushmen’, Bosjesmannen, San. Het was enorm vormend, adembenemend. Het leverde veel vragen op aan mijzelf.

In 1984 terug naar Nederland. Naar het wereldcongres geweest, daar kreeg ik een parttime baan als secretaris van het European Mennonite Peace Comittee. Ik heb samen met enkele anderen Mediation, als een van de bezigheden van de Doopsgezinde kerk, naar Europa gehaald. Vredesontwikkeling werkt. Ik ben zelf ook mediator geworden.

In 1991 heb ik gepoogd om Christian Peacemaker Teams ook in Nederland te starten. De tijd was toen te vroeg. Nu staan meer mensen achter die visie en doen ze er ook iets mee. Het is nu een bestaand concept.

In 1995 een studiereis naar de VS gemaakt, ik moest getraind worden.  Er zijn nu drie mensen getraind voor het werken in teams(rode petjes) en er zijn zes mensen met delegaties mee geweest.  Ik ben ook mee geweest naar Palestina. Zulke ervaringen resoneren bij mij  Bijbelse verhalen.

Wat ik het meest geleerd heb: Je zal je vijand moeten blijven liefhebben. Ik denk niet in termen van tegenstanders- het zijn mensen. Als je dat niet doet belemmer je dat het wonder gebeurt. Als het je teveel wordt, als je wel partij gaat kiezen, moet je er even uit- create space for peace- maak ruimte voor vrede. Geweld betekent altijd: ik ga je pijn doen. De geijkte reactie is: Ik kan jou nog veel meer pijn doen. Geweld tegen geweld roept escalatie op. Als een van de partijen geweldloosheid inzet, dan wordt dit patroon van actie- reactie doorbroken. Dan is er nieuwe interactie mogelijk, ruimte om te zeggen waar het om gaat.


Kan je iets vertellen over mooie en zware momenten in waar je mee bezig bent?


Mooi is als het lukt om een situatie waarin veel wantrouwen is  om te buigen naar vertrouwen. Dat geeft energie om veel te doen.

Afgelopen zaterdag, in de vredesweek, hield ik een lezing over ons werk. Daar zei een officier BD dat hij ongelooflijk respect had voor ons werk. Dat doet goed om dat van zo iemand te horen.

Zwaar was in 2006 de tijd dat ik in Congo was als waarnemer. Je gaat naar een situatie met zoveel onzekerheid en potentieel geweld. Daar ben ik voor mijzelf over grenzen gegaan.

Volgend jaar ga ik voor vijf, zes weken weer naar Israël/Palestina. Dat kost me wel wat. Mijn inkomen ligt stil, ik zie mijn gezin niet. Ik vind het belangrijk om namens een achterban te gaan. Mijn achterban bestaat uit de Dominicanen, de Werkplaats, de Doopsgezinden en iedereen die het wil horen.


Wat zie je als resultaten van je werk?


Dit werk doet iets met de persoon die gaat, met de mensen met wie je samenwerkt, met de mensen tegenover wie je staat en het doet iets met de achterban namens wie je gaat. Ik voel daarbij het verhaal van de drie maten meel en het zuurdesem. Uiteindelijk gaat het door het hele brood. Dat is een model voor community development.


Wat wil je verder nog zeggen?


Ik kan dit werk doen omdat Margreet en ik al vroeg besloten hebben beiden voor het inkomen te zorgen. Ik heb mijn eigen mediation en trainingsbedrijf en word voor zes uur betaald door de organisatie voor mijn outreaching werk voor CPT.

Ik heb veel geleerd van mijn dochters, die geven direct terug als er volgens hen iets verkeerd zit. Thuis is de grootste oefenplek voor geweldloze communicatie. Mijn dochters zijn allebei zwart. Je krijgt te maken met effecten van stil racisme. Onze maatschappij is nog steeds zwartonvriendelijk en vrouwonvriendelijk. Voor de wet hebben we allemaal gelijke kansen. Maar…

Hoe gaan wij als gezin om met die effecten?

Ik ben heel blij, dat wij als gezin met elkaar die oefenplaats beleven.


Oktober 2011 Ineke Tijmes